Bereidingswijze:

De vulling: Week de gelatineblaadjes in koud water, meng de eierdooiers met de room, snij de korst van de brie en snij de brie dan in kleine blokjes. 

Smelt de boter in een pan en voeg al roerend de gezeefde bloem toe. Laat de roe al roerend even drogen tot je de geur van koekjesdeeg ruikt.
Voeg de melk toe en breng al roerend aan de kook. Zet de pan van het vuur als de melk kookt, knijp de gelatineblaadjes uit en voeg deze al roerend onder de warme saus. Voeg de kaas toe en kruid naar smaak met peper, zout en nootmuskaat. Voeg dan de room met de eierdooiers toe. Zet de pan nu nog heel even op het vuur zodat de kaas kan smelten en de saus goed kan binden. Het kaasmengsel moet niet meer koken! Vergeet niet te blijven roeren!

Giet het kaasmengsel nu uit in een geoliede schaal. Het kaasmengsel moet een dikte hebben van zo’n 2cm. Druk een plastiekfolie op het kaasmengsel zodat het niet uitdroogt en laat het minstens 12u rusten in de ijskast.

Het paneren: Bedek een snijplank met bakpapier en stort het opgesteven kaasmengsel hier op uit. Snijdt het kaasmengsel in rechthoekjes van ongeveer 4cm op 5cm. Indien je de kroketjes als aperitiefhapje wilt opdienen snij je ze best wat kleiner. Vul nu een schaal met bloem, een schaal met paneermeel en een schaal met de losgeklopte eiwitten samen met een scheutje olie, peper en zout. Wentel elke rechthoek eerst door de bloem, klop af, dan door het eiwit, klop af, nog eens door de bloem, klop weer af, nog eens door het eiwit, klop terug af en dan door de panko of het paneermeel.

Laat de kroketten nog een uurtje opstijven in de ijskast voor je ze frituurt. Bak de kroketten dan goudgeel op 180°.